Ga naar de inhoud

Georgische dans - Georgica

Title
Menu overslaan
Menu overslaan
Georgische dans

Sinds de onafhankelijkheid van Georgië in 1991, is het aantal Georgische dans- en muziekgezelschappen dat een tournee  maakt door Europa en de V.S. gestegen. Het oudste - en wellicht  bekendste - ensemble is The Georgian State Dance Company, in 1945  opgericht onder de naam "Staats-Academisch Ensemble voor Nationale  Georgische Dans" door Nino Ramishvili, Iliko Sukhishvili en  costuumontwerper Soliko Virsaladze. De oprichters begonnen na de Tweede  Wereldoorlog met de opleiding van een nieuwe generatie dansers en de  vorming van de eerste professionele dansersgroep met het doel de bijna  verdwenen Georgische danscultuur nieuw leven in te blazen.

Het gezelschap tourde in 1948 voor het eerst door  Oosteuropese landen, waaronder Finland en Roemenië en in 1958, op de  Expo van Brussel, maakten "De Georgiërs" hun Westeuropese entree. Vanaf  1962 begonnen "De Georgiërs" aan een zegetocht door de Europese theaters  en zorgden ze voor een waar spektakel, niet alleen vanwege de  acrobatiek, de behendigheid, de sprongen van de dansers, of de costuums,  maar ook door de opvallende ballet-choreografie. Het verhaal gaat dat  na afloop van een voorstelling in de Scala van Milaan in 1967 een  staande ovatie met veertien keer een open doek langer had geduurd dan  ooit tevoren. In 1962 kwam de groep voor het eerst naar Amsterdam, waar  "De Georgiërs" twee weken lang optraden, van 1 tot en met 14 november,  in de Apollohal. Er werden zelfs nog vier extra voorstellingen  toegevoegd aan de reeks vanwege het grote succes. Inmiddels heeft het  ensemble meer dan 200 tournees gemaakt, meer dan 1700 steden bezocht in  88 verschillende landen en hebben meer dan vijftig miljoen mensen een  voorstelling gezien.

Zilveren bokaal van Trialeti, 1700 - 1800 v.C. waarop 22 gemaskerde mannen (Georgian National Museum)

De geschiedenis van Georgië wordt in dans uitgedrukt:  of het nu de weelde van het hofleven betreft, het simpele geluk van de  boeren of de roemruchte krijgsdaden van dappere strijders. Ook  mythologische thema's vinden hun weerklank in de dans. Het  Amiraniani-epos, de oudste overlevering van mythologische verhalen,  maakt melding van een rituele "perkhoeli", die gewijd is aan de held  Amiran en zijn moeder Dali, de godin van de jacht. Een perkhoeli is een  rondedans met zang. Sommigen vermoeden dat de perkhoeli oorspronkelijk  een optocht van gemaskerde jagers was, zoals afgebeeld op een zilveren  bokaal van Trialeti uit het tweede millennium v.C.
Naast  klaagzangen vormen magische incantaties, hymnen en lentefeesten als de  Berikaoba en Qeenoba waarop gezongen, gedanst, gedicht en muziek werd  gespeeld, een bron voor de dans. Evsey Chokhonelidze schreef in een  artikel over de folklore van Georgië (1999) hoe in oude tijden  gemaskerde "Berika's" tijdens theaterfestivals - die een carnavalesk- of  commedia dell'arte-achtig karakter hadden - mysteriespelen opvoerden  die verband hielden met de opstanding van de godheid.
Zang  en ritueel werden na de invoering van het christendom in Georgië in de  vierde eeuw vervolgens aangepast aan het christelijke Paasfeest.
De  perkhoeli-dans wordt beschouwd als de oerdans: een aantal mannen  verzamelde zich op een door bergen omringd stuk grond, wachtend op de  eerste stralen van de opkomende zon. De mannen beginnen te dansen in een  cirkel en met hun krachtige stemmen zingen ze daarbij een wondermooie  hymne. Aldus de beschrijving van een voorchristelijke ritueel, "Lile"  genaamd, een danshymne aan de zon en de overwinning van het licht over  de duisternis.
Perkhoeli-uitvoeringen  met begeleiding van muziek waren steeds de belangrijkste elementen bij  vieringen en feestelijke samenkomsten.
Namen  van Georgische dansen - solo-, pas-de-deux- en groepsdansen -  herinneren over het algemeen aan de streek waar zij vandaan komen of aan  de entourage waarin zij oorspronkelijk gedanst werden. De dans  "Sedarbazo" (= paleis) bijvoorbeeld is een dans van het hof.

De oprichters van The Georgian State Dance Company  zijn inmiddels gestorven. Als laatste stierf Nina Ramishvili (geb.  1910) in september 2000. Half Tbilisi was op de been op de dag van haar  begrafenis. In de kamer waarin zij lag opgebaard trokken urenlang rijen  mensen voorbij om haar de laatste eer te brengen. Het aantal bezoekers  voor haar huis zwol aan tot een imposante mensenzee en toen de menigte  zich in beweging zette, richting begraafplaats, rouwde heel Tbilisi mee.
De  leiding en het management was tot april 2007 in handen van Tengiz  Sukhisvili (1938), zoon van Nina en Suliko.Hij stierf op 8 april 2007  plotseling aan een hartaanval.
Kleinzoon  Ilia Sukhisvili (1972), zelf danser, is choreograaf van het ensemble.  In juli 2001 was hij vier weken te gast in Amsterdam, bij het  Internationale Danstheater voor instudering van Georgische dansen voor  de voorstelling Kavkas, dansen van de Kaukasus die zijn première  beleefde in december van dat jaar en tot juni 2002 te zien was in de  Nederlandse theaters. Ilia was hier overigens al eerder voor de  choreografie van Dances from the Black Sea dat in 1997 werd opgevoerd.
Kleindochter Nino Sukhishvili (1964), beeldend kunstenares en ontwerpster, maakt sinds 1998 ook deel uit van de leiding.
Drie  generaties, een bezetting van steeds zeventig tot vijfenzeventig  dansers met eigen, klein orkest, driehonderd costuums, al zestig jaar  lang een eigen stijl, The Georgian State Dance Company is zelf al  traditie en een inspiratie geworden voor elke dansgroep in Georgië.

Een andere dansgroep die furore maakt is Erisioni. Dit ensemble gaat onder de naam Georgian Legend op tournee.
Artistiek  leider van Georgian Legend is Djemal Chkuaseli (1935). Zijn vader,  Chermandi Chkuaseli, was een bekend zanger/dirigent en leerde zijn zoon  gecompliceerde polyphonische liederen uit Goeria toen hij nog maar twee  en een half jaar oud was. In 1980 richtte Djemal na een universitaire  studie in Tbilisi en optredens in het State Ensemble of Georgian Songs  and Dances in Koetaisi een nieuw dansensemble op dat in de Sovjet-Unie  beroemd werd. In 1986 werd hij directeur van het dans- en zang-ensemble  Erisioni.
De choreograaf  van Georgian Legend is Revaz Chokhonelidze (1938). In 1958 was hij de  eerste solodanser bij het dansgezelschap van Bukhuti Darakhvelidze. In  1965 werd hij choreograaf bij het dansensemble Salkhino in Roestavi. Het  ensemble voegde zich later bij de zangroep van de alom bekende  Erkomaishvili. Gezamenlijk traden zij op in vele landen. Sinds 1985 is  Revaz hoofd choreografie van Erisioni dat hij tot op heden met Djemal  Chkuaseli leidt.


















Openingspagina  van het programmablad van het eerste optreden van het Sowjet Russische  Staatsensemble "De Georgiërs" in 1962 in de Apollohal in Amsterdam, met  handtekeningen van de oprichters Nina Ramishvili en Illiko Sukhishvili,  dansers en danseressen  









Links: In  november 1962 traden "De Georgiërs" voor het eerst op in Nederland, in  de Amsterdamse Apollohal. Opname van een repetitie-avond eind oktober,  aan de vooravond van de première op 1 november. Rechts: 'Berikaoba' dansende Berika's in Baratashvilistraat in Tbilisi, beeldengroep van Avtandil Monselidze, 1981

Onder:  Op de dag waarop Nina Ramishvili werd begraven, in september 2000,  verzamelde zich een zee van mensen voor haar huis inT bilisi voor een  laatste afscheid. Onder hen bevonden zich veel vroegere leerlingen
    

©  Georgica                                                                 E-mail: georgica@ziggo.nl                               
Terug naar de inhoud