Ga naar de inhoud

Kurban Said - Georgica

Title
Menu overslaan
Menu overslaan
Kurban Said en de Kaukasus

Op 24 februari 2005 ging de vertoning van de tachtig minuten durende documentaire film Alias Kurban Said van film- en televisiemaker Jos de Putter in vijf bioscopen van start.
Eerder maakte De Putter o.a. Dans, Grozny dans (2002) over een Tsjetsjeense dansgroep en The making of a new empire (1999) over de Tsjetsjeense maffiabaas Noechajev,  die vrijheidsstrijder, oorlogsheld, zakenman en visionair werd.
Alias Kurban Saïd is een zoektocht naar de ware identiteit van Kurban Said, de auteursnaam waaronder in 1937 de roman Ali en Nino in Wenen werd gepubliceerd. In 1938 kwam het boek in Nederlandse vertaling uit.

Poster voor de film Alias Kurban Said



Poster voor de film Alias Kurban Said
In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de roman herontdekt en in diverse landen opnieuw uitgegeven. In Nederland verscheen in 1974 een nieuwe Nederlandse vertaling bij uitgeverij  De Harmonie. Op de achterkant van het omslag stonden lovende reacties,  waaronder een van J.M.A. Biesheuvel. Hij schreef dat hij het boek al vijf maal had gelezen: "Wat een humor! Wat een interessante verhalen!  Wat een prachtige verteltrant! Wat een ontroering!"
Een  tweede druk van het boek verscheen in 1981, en in 2001 volgde een  nieuwe uitgave bij De Bezige Bij/Manteau. Op de voorkant van de laatste  staat vermeld: "De herontdekking van een literaire sensatie". Ook  vermeldt de uitgever dat Ali en Nino tot de grote meesterwerken van de  wereldliteratuur behoort.
Ali en Nino is een liefdesverhaal dat zich afspeelt in Bakoe, Tbilisi en  andere plaatsen van de Kaukasus in het eerste kwart van de twintigste  eeuw. Ali is Ali Khan Shirvanshir, een jonge moslim van adel uit Azerbeidzjan. Nino is Nino Kipiani, een mooie - christelijke - prinses,  uit Georgië. Op de achtergrond spelen heel andere zaken dan de liefde een rol, zoals cultuurverschillen en gebeurtenissen die hun schaduw  vooruit werpen: de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie. We  komen aardige details te weten over de Kaukasus in die tijd, het  exotische leven en de bonte mengeling van volkeren met hun tradities en  gebruiken.

Omslag van de roman Ali en Nino uit 2001  met een portret van barones Elfriede von Ehrenfels, uitgeverij De  Bezige Bij. Helemaal bovenaan omslag van Ali en Nino, tweede druk uit 1981 bij uitgeverij De Harmonie

Lange tijd was de ware identiteit van de auteur,
 Kurban Said, verborgen gebleven en bij de eerste Nederlandse vertaling  van het boek werd weinig meegedeeld, behalve dat Kurban Said een  pseudoniem was van de mysterieuze Essad Bey, een Kaukasische moslim.  Later werd bekend dat Bey/Said eigenlijk Lev Nussimbaum heette, geboren  in 1905 uit een rijke joodse familie in Bakoe. In het Nawoord van de Ali  en Nino-uitgave van 2001 schrijft Tom Reiss hoe het leven van  Nussimbaum even kleurrijk was als zijn roman. Vader Abraham Nussimbaum  en zoon Lev vluchtten na de Russische Revolutie het land uit en reisden  naar de overzijde van de Kaspische Zee, Turkestan en Perzië en  vervolgens naar Turkije en Europa. In Berlijn bekeerde Lev zich in 1922  tot de islam en nam de naam Essad Bey aan. In het society-leven van  Berlijn en Wenen deed hij zich voor als een mohammedaanse prins en liep  hij rond in het kostuum van een Kaukasische krijgsheer met wapperende  mantel, zwaard en bandelier. Hij schreef zestien boeken, waaronder Allah ist gross – Niedergang und Aufstieg der islamischen Welt en Zwölf Geheimnisse im Kaukasus. Hij gold in zowel Europa als de VS als een vooraanstaande autoriteit op het gebied van "de Oriënt".

Jos de Putter
In  een interview in het programma Desmet Live op Radio 747 AM op 21  februari 2005 vertelde Jos de Putter hoe eind 1979 al het idee bij hem  opkwam een verslag te maken van een zoektocht naar de oplossing van het  mysterie rond de schrijver van Ali en Nino. Niet iedereen is er namelijk  van overtuigd dat Lev Nussimbaum de enige en ware auteur is van het  boek.
De Putter reisde  naar de VS, Azerbeidzjan, Duitsland, Oostenrijk en Italië. In Bakoe is  men ervan overtuigd dat de auteur een Azerbeidzjaan is, een zekere  Yoesef Vezir Chamanzaminli, minister, ambassadeur en schrijver die een  dagboek had bijgehouden - thans in bezit van zijn zoons, Veziroff  geheten - waarin hij schreef hoe hij verliefd werd op een meisje N.,  later Nino genoemd, en het ging ook nog om een christelijk, Georgisch  meisje. In de film kunnen we zien hoe heftige discussies in Bakoe over  de waarheid uitmondden in boze blikken en De Putter voegde in het  interview toe hoe een eerbiedwaardige oude heer zelfs de bril van zijn  jongere tegenstander van diens hoofd sloeg ...
In  1994 en 1996 zijn er in Azerbeidzjan trouwens conferenties gewijd aan  de kwestie van het auteurschap, georganiseerd door resp. het Nizami  Ganjavi Instituut van de Academie van Wetenschappen en de  Azerbeidzjaanse Schrijversunie, beide in Bakoe.

Foto uit de film Alias Kurban Said

In Wenen kwam De Putter op het spoor van barones Elfriede Ehrenfels von Bodmershof,  in 1980 gestorven, de mogelijke (mede)auteur van de roman. In  uitgeverscontracten staat vermeld dat Kurban Said het pseudoniem is van  barones Elfriede. Maar is dat zo? Juridisch gezien wel, maar verder?  Twee in Oostenrijk wonende nichtjes van tante Elfriede geloven dat een  hevig verliefde Azerbeidzjaanse jongeman indertijd naar Parijs is gegaan  waar hij een avonturier ontmoette, de joodse Lev Nussimbaum, afkomstig  uit Bakoe en gevlucht voor de Russische Revolutie. De Azerbeidzjaan  verkocht zijn verhaal aan Nussimbaum, die op een gegeven moment in Wenen  arriveerde, waar hij verliefd werd op barones Elfriede. Lev vertelde  haar vervolgens over de liefdesgeschiedenis van de twee jonge mensen,  en, opgesierd met hun eigen belevenissen, werd Ali en Nino geschreven.  Deze Azerbeidzjaan is dus Yoesef Vezir Chamanzaminli. Hij woonde evenals  Lev Nussimbaum in Parijs in de jaren twintig. In 1926 keerde Vezir  terug naar Bakoe waar hij slachtoffer werd van de Stalinistische  zuiveringen.

Essad Bey

Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat Bey/Said verhalen van Chamanzaminli aanpaste en ontwikkelde voor zijn eigen boeken.
Alias Kurban Said  laat in het midden wie de echte Kurban Said is. De kijker mag zelf zijn  conclusies trekken en een voorkeur uitspreken na het zien van de film  waarin verschillende vormen elkaar afwisselen. De acteur Bruno Ganz  leest fragmenten voor uit Ali en Nino, er zijn korte interviews,  archiefopnamen uit het oude Bakoe die de sfeer van weleer oproepen, en  er komen gedramatiseerde scenes in de film voor.




Bijna tegelijk met de lancering van de film in Nederland, verscheen in februari 2005 in de VS een boek over Kurban Said/Essad Bey: The Orientalist: Solving The Mystery of a Strange and Dangerous Life (Random  House) door Tom Reiss, die eerder het Nawoord schreef bij de editie van  Ali en Nino uit 2001 en waarin hij de biografie van Kurban Said al  aankondigde. Het boek is in het Nederlands vertaald: Een reiziger uit de Oriënt. Over het verborgen leven van de schrijver van Ali en Nino, en uitgegeven door De Bezige Bij (423 p., € 29,90).
Reiss  is zes jaar bezig geweest aan het boek en volgens hem is Nussimbaum de  enige echte auteur van Ali en Nino. Degelijk en grondig was Reiss' onderzoek naar deze eigenaardige, ongewone persoon, die zo vol  verbeeldingskracht zijn leven gestalte gaf.
In  gezelschap van de Amerikaanse uitgever van het boek, Peter Mayer, begon  Reiss zijn speurtocht met een bezoek aan een jurist in Wenen die de  auteursrechten van het boek behartigt en die toebehoren aan een nichtje  van barones Elfriede Ehrenfels. Reiss ging ook naar Bakoe waar een gids  hele passages citeerde uit Ali en Nino en hem in een auto door de stad  rijdend, alle plekken toonde die in het boek genoemd worden.
Reiss:  "In Ali en Nino biedt Kurban Said niets anders dan een bezielend  pleidooi voor ethnische, culturele en religieuze vermenging. De warmste  passages in de roman beschrijven de kosmopolitische Kaukasus aan de  vooravond van de revolutie - een tijd waarin honderd volkeren, talen en  alle grote religieuze groepen met elkaar vochten, in poëzie-wedstrijden  op marktplaatsen - en de boodschap schijnt te zijn dat de scheiding van  volkeren iets lelijks is en misdadigs".
Uit  Ali en Nino: "Daar zitten we dan, de vertegenwoordigers van de drie  grootste volkeren van Kaukasië: een Georgische, een Mohammedaan, een  Armeniër. Onder dezelfde hemel geboren, door dezelfde aarde gedragen,  verschillend en toch één - als de drie wezens God. Europees en Aziatisch  tegelijkertijd, van het Westen en het Oosten ontvangend en aan beide  gevend".

Elin Suleymanov uit Bakoe schreef in 1998 in een recensie over Ali en Nino dat de roman een "gids voor de ziel van de Kaukasus" is:
"Ali  en Nino is een universeel verhaal, èn een typische Kaukasisch verhaal.  Alleen oppervlakkig gezien gaat het boek over de verschillen tussen  Europa en Azië, termen die eigenlijk niet van toepassing zijn. Het boek  gaat ook niet over de verschillen tussen de islam en het christendom  zoals sommigen willen doen geloven. Zowel Azerbeidzjan als Georgië zijn  in vele opzichten Europees, maar in vele opzichten ook niet. Voor  degenen die zich bedienen van simpele geografische en culturele  definities is dit misschien een teleurstelling. Het is niet makkelijk  een plaats te definiëren waar verschillende culturen elkaar ontmoeten  die elkaar wederzijds eeuwen lang hebben beïnvloed. Er is in  Azerbeidzjan een gezegde over dit gebied dat ligt op het kruispunt van  Oost en West en dat luidt: "Boera Qafqazdir" en dat betekent "Dit is de  Kaukasus". De vereniging van Ali en Nino is niet een vereniging van  Europa en Azië, zoals een buitenstaander misschien zou concluderen, maar  het is de vereniging van twee van de vele verschillende en toch met  elkaar verbonden culturen van de Kaukasus".
".........In  Iran beseft Ali dat ondanks de culturele affiniteit die hij voelt met  Iran, hij daar toch niet kan leven; het is niet de Kaukasus. Terwijl de  melodische poëzie van Midden-oosterse roebayyats Irans voorkeur voor  ontspanning en vermaak is, danst men in Bakoe een wilde Kaukasische dans  - "Sjamils gebed" - de lezginka, die door alle Kaukasiërs op feesten  wordt gedanst".

Etnische, bloedige oorlogen of etnische zuiveringen  waren er onderling in de Kaukasus niet. Wat er in de jaren negentig is  gebeurd in Abchazië, Ossetië en Nagorno Karabach is een modern  verschijnsel. Wel waren de volkeren van de Kaukasus eeuwenlang bezig met  zich te verdedigen tegen Mongolen, Russen, Turken en Perzen die de  Kaukasus wilden bezetten.
"Ondanks  de culturele verschillen zoals beschreven in het boek Ali en Nino,  voelen beiden zich ten opzichte van elkaar geen vreemde. Noch worden zij  door familie en vrienden sterk afgewezen. De oorlog, door vreemde  mogendheden teweeggebracht - en niet door culturele verschillen - heeft  de scheiding tussen Ali en Nino tot gevolg. Verdraagzaamheid van mensen  met een sterke geloofsovertuiging en met een oude cultuur is een van de  belangrijkste boodschappen in dit boek", aldus Elin Suleymanov. (Ali en Nino by Kurban Said - Inside the Soul of a Caucasian, door Elin Suleymanov in Azerbaijan International. Zie website www.azer.com en vervolgens Magazine Archives, Summer 2000 (8.2).

Het verhaal van Ali en Nino wordt vervolgd. Regisseur Pieter Verhoeff - van o.a. films als Nynke  - werkt sinds 2004 aan de verfilming van de roman. Producenten zijn  Claudie Ossard en Egmond Film & Television. De twee uur durende film  wordt het Engelstalige filmdebuut van Verhoeff en wordt grotendeels op  locatie in Azerbeidzjan opgenomen. Het budget van de film bedraagt  achtenhalf miljoen euro. We kijken er met spanning naar uit!*)

Een ander vervolg was het toneelstuk  Ali en Nino, een productie van Theater De Engelenbak in Amsterdam. Op 1  oktober 2005 was de première. Ali Kouchiry en Helmert Woudenberg, beiden  acteur/regisseur, kregen de opdracht om de geschiedenis van Ali en Nino  te bewerken tot een nieuwe toneeltekst en voor Theater De Engelenbak te  ensceneren. Deze speciale productie werd gemaakt in het kader van het  dertigjarig jubileum van De Engelenbak.
In  februari 2007 verscheen Ali en Nino als hoorspel op cd: Ali en Nino,  hoorspel naar de roman van Kurban Said bij de Hoorspelfabriek.  www.hoorspelfabriek.nl

*) Helaas is de film nooit verwezenlijkt. Pieter Verhoeff overleed in april 2019.



Affiche van het toneelstuk Ali en Nino
dat op 1 oktober 2005 in première ging
in Theater De Engelenbak te Amsterdam      









Hans IJsselstein Mulder en de speurtocht
naar Said/Bey in 1991 in Oostenrijk



Sinds de verschijning van zijn boek The Orientalist wordt Reiss gepresenteerd als de ontdekker van de ware identiteit van Kurban Said.
Maar,  de identiteit van Said was allang geen geheim meer en al bijna  anderhalf decennium bekend in Nederland, jaren voor Reiss' speurtocht  begon.
In juli 1991 publiceerde Hans IJsselstein Mulder zijn artikel Het mysterie rond Kurban Said en de roman 'Ali en Nino' in het tijdschrift Het oog in 't zeil.*)
Daarin  beschrijft Mulder uitgebreid zijn zoektocht naar Kurban Said/Essad Bey,  die begon nadat hij een summiere levensbeschrijving in de Nederlandse  uitgave van Ali en Nino van 1974 had gelezen. Al eerder had Mulder bij  een antiquariaat het boek Öl und Blut im Orient  uit 1929 gekocht waarin Essad Bey zijn eigen belevenissen als een rode  draad door het boek weefde die overeenkomsten vertoonden met Ali en  Nino.
Mulder reisde, nadat  hij van de Engelse uitgever van Ali en Nino vernomen had dat er vanuit  Wenen aanspraak werd gemaakt op het auteursrecht van het boek, naar  Oostenrijk waar hij van de weduwe van Omar Rolf von Ehrenfels, een  vriend van Said/Bey, toestemming kreeg de ongeordende "archieven" in te  zien die aanwezig waren in slot Lichtenau bij Krems in het Waldviertel.
Mulder liet kopieën maken van documenten en kreeg foto's van de barones mee die in zijn artikel in Oog in 't zeil staan afgedrukt.
Stap  voor stap ontrafelde Mulder, die ook nog een bezoek aan Praag bracht  voor meer informatie, het weefsel van verdichtsels rond de identiteit  van de auteur van Ali en Nino.
Voor Mulder stond de identiteit van Said/Bey/Nussimbaum in 1990 onomstotelijk vast.
In 1998 bracht Tom Reiss een bezoek aan Hans IJsselstein Mulder:

... "Eind 1998 belde Jaco Groot van uitgeverij De Harmonie me op. Hij had een Amerikaan op bezoek, die voor The New Yorker  werkte en bezig was met een artikel over Kurban Said. Of ik bereid was  hem te helpen. Zo verscheen Tom Reiss kort daarop aan de deur, die  vertelde dat hij in Oostenrijk was geweest. Daar had hij de mij ook  bekende barones Von Ehrenfels, Mireille Abeille, bezocht, die het  archief van haar man beheert. Deze was bevriend geweest met Essad Bey,  het alter ego van Kurban Said.
Helaas  had de barones hem nauwelijks kunnen helpen. Het materiaal en de foto's  die betrekking hadden op de schrijver, waren zoek. In 1990 had ik meer  geluk gehad. Toen waren er wat brieven, contracten en foto's boven water  gekomen, die ik had mogen gebruiken voor mijn artikel Het mysterie rond Kurban Said en de roman 'Ali en Nino' in Oog in 't zeil"...............
... "Tom  Reiss was bijzonder verheugd over mijn materiaal, waarbij zich het  onomstotelijke bewijs bevond dat Kurban Said en Essad Bey één en  dezelfde persoon waren geweest. Hij verzocht me het te mogen kopiëren.  Dat mocht hij, vanzelfsprekend op voorwaarde, dat hij zijn bron zou  vermelden. Ook belde hij op mijn aanraden met de weduwe van Alexander  Brailow in New York. Deze Brailow was een goede vriend van Essad Bey  geweest en had veel materiaal over hem verzameld. Indertijd had hij me  dit voor dertigduizend dollar aangeboden. Helaas had ik dat geld niet.  Enigszins merkwaardig was dat Reiss wel over documenten -  correspondentie - van de Amerikaanse uitgever van Ali en Nino beschikte,  waaronder brieven van Alexander Brailow, met vermelding van adres.  Vreemd dat hij, zelf woonachtig in New York, daar niet achterheen was  geweest.

De lichte  twijfel die dit bij mij opriep ten aanzien van Reiss' capaciteiten als  serieus onderzoeker werd versterkt bij het lezen van zijn artikel. Niet  alleen noemt hij nauwelijks bronnen - en, afgezien van zijn Nederlandse  bron, al helemaal niet eerdere informanten die Essad Bey en zijn alter  ego Kurban Said kenden, zoals Jenia Graman en Alexander Brailow - ook  blijkt hij zijn duim nogal eens in de kleurrijke inkt van de fantasie te  hebben gedoopt. Passages als "hij danste zich met behulp van steeds  brutalere listen een weg naar het hart van de macht, als een dief op een  gemaskerd bal", of "hij creëerde een mythe van zichzelf als een  woestijnavonturier en een mysterieuze man van actie" zijn leuterpraat.  In plaats van de mythe te ontrafelen dikt hij deze nog eens aan, zodat  er op de flaptekst van de Nederlandse uitgave de volkomen onzinnige  typering 'Turks-Arabische avonturier Essad Bey' wordt vermeld. De  conclusie is dat Tom Reiss door op de loop te gaan met andermans  gegevens èn er een fantasierijk loopje mee te nemen in dubbel opzicht  valsheid in geschrifte heeft gepleegd".

Aldus Hans IJsselstein Mulder in een brief aan Uitgeverij De Bezige Bij/Manteau naar aanleiding van de heruitgave van Ali en Nino in 2001, waarin een nawoord van Reiss is opgenomen.

In het boek The Orientalist  van Tom Reiss dat in februari 2005 uitkwam, wordt in de  bronvermeldingen nergens de naam van Hans IJsselstein Mulder  genoemd ...

*) Artikel Het mysterie rond Kurban Said en de roman 'Ali en Nino' in  tijdschrift Het Oog in 't zeil, jaargang 8, nummer 4, juli 1991.

A. Gabrielli, februari - november 2008


Bibliografie Essad Bey
Samengesteld door Dr H. IJsselstein Mulder ©

ARTIKELEN

Stalin, in: das Tagebuch (Rohwolt, Berlijn), IX (1928), p.1037-1041

Die Republik Aserbeidjan, in: Deutschen-Spiegel V (1928), p.119

Könige und Räuber, in: Weltbühne, 25.Jhg. (1929) (Auswahl), p.703-705

Kyokutei Bakin, der grösste Dichter des alten Japan, in: der literarische Welt (Berlin) IV (1929), Nr. 44, p.3

Chewsuren, ein unbekanntes Volk, in: Wissen und Fortschritt (Verlag Industriebericht, Wien) IV (1930), p.297

Was Steine verraten, in: Wissen und Fortschritt, IV (1930), Heft 6, p.274-281


BOEKEN (Eerste Duitstalige drukken)

Öl und Blut im Orient. Mit einem Vorwort von Werner Schendell. Deutsche Verlags-Anstalt, Stuttgart/Berlin 1929
* Dit boek staat in The National Union Catalog  als uitgave uit 1930 vermeld, maar in mijn exemplaar staat 1929. In de  catalogus van de British Library staat als plaats van uitgave Berlin  & Leipzig vermeld. Mogelijk gaat het hier om een andere, tweede  druk.
** Zeer opvallend  aan deze autobiografie is de uitgebreide en zeer gedetailleerde kennis,  die de schrijver toont bij het beschrijven van de geschiedenis van de  landen en volken rond de Kaspische zee. Ook de passages over het leven  van de arbeiders op de olievelden zijn uitermate boeiend, niet in het  minst door de politieke achtergrond. Essad Bey vertelt bijvoorbeeld hoe  Josef Dzjoegasjvili - Stalin - hier in zijn jonge jaren als agitator  aktief was.

Zwölf Geheimnisse im Kaukasus. Deutsch-Schweizerische Verlagsanstalt, Berlin (1930)

Stalin. Eine Biographie. G.Kiepemheuer, Berlin 1931
* De eerste biografie over de Russische dictator!

Der Kaukasus. Seine Berge, Völker und Geschichte. Deutsche Buch-Gemeinschaft, Berlin 1931

Das weisse Russland; Menschen ohne Heimat. G.Kiepenheuer, Berlin 1932

Mohammed. Eine Biographie. G. Kiepenheuer, Berlin 1932

Die Verschwörung gegen die Welt: G.P.U. E.C.Etthofen, Berlin (1932)

Flüssiges Gold; ein Kampf um die Macht. E.C.Etthofen, Berlin (1933)

Russland am Scheidewege. E.C. Etthofen, Berlin (1933)

Nikolaus II. Glanz und Untergang des letzten Zaren. Holle, Berlin (1935)

Reza Schach. Feldherr, Kaiser, Reformator. R.Passer, Wien/Leipzig (1936)

Allah ist gross. Niedergang und Aufstieg der islamischen Welt von Abdul Hamid bis Ibn Saud. R.Passer, Wien/Leipzig (1936)
* Dit boek schreef Essad Bey in samenwerking met de Oostenrijkse oriëntalist Dr Wolfgang von Weisl.


VERTALINGEN

Brazilië
A luta pelo petroleo. Traduzido por Charley W.Frankie. Revisâo e prefacio de monteiro Lobato. 2.edicao. Companhia Editora Nacional, São Paulo 1935

Canada
Mohammed; a biography. Translated by Helmut L. Ripperger. Longmans & Co,
New York/Toronto 1936

Reza Shah. Ryerson Press, Toronto 1938

Chili
Mahoma, 571-632. Traducción de Adriana Ponce. Empresa Letra,
Santiago de Chile 1935

Nicolas II; esplendor y caida del ultimo zar. Zig-zag, Santiago de Chile (1938?)

Engeland
Blood and oil in the Orient. Translated from the German by Elsa Talmey. Nash & Grayson ltd. London (1931)

Idem. Grayson & Grayson, London 1932 (Mayfair miscellany)

Twelve secrets of the Caucasus. Translated from the German by G.Chychele Waterston. Nash & Grayson, London 1931

Stalin; the career of a fanatic. Translated from the German by Huntley Paterson.
John Lane, London 1932

Secrets of the O.G.P.U.; the plot against the world. Jarrolds, London 1933

Nicholas II, prisoner of the people. Translated by Paul Maerker Branden and Elsa Branden. Hutchinson & Co, London 1936

Idem. Funk & Wagnalls, New York/London 1936/1937

Mohammed. Translated by Helmut L. Ripperger. Cobden-Sanderson, London 1938

Reza Shah. [Translation] with Paul Maerker Branden and Els Branden. Hutchinson & Co, London 1938

Frankrijk
Histoire du Guépéou; la police secrète de l' U.R.S.S. 1917-1933; traduction par Adrien F.Vochelle. Payot, Paris 1934

L'épopée du pétrole; traduction de Maurice Ténine, préface du dr.ing.Roibert Schwarz. Payot, Paris 1934

Mahomet, 571-632. Préface de M.E.G.Gautier, traduction de Jacques Marty. Payot, Paris 1934. Herdruk in 1948

Devant la révolution. La vie et le règne de Nicolas II. Avant-propos et traduction de Maurice Ténine. Payot, Paris 1935
*  Met een nawoord van Essad Bey. Ténine zegt over hem in zijn voorwoord:  "Né d'un pétrolier, farouche conservateur, et d'une mère libérale, amie  des grands révolutionaires…"

Allah est grand! Decadence et résurrection du monde islamique. Préface et traduction de George Montandon. Payot, Paris 1937
*  Met de opdracht: "A mon ami l'eminent orientaliste autrichien Dr.  Wolfgang v. Weisl je tiens à adresser ici pour sa précieuse  collaboration mes plus profonds remerciements."

Italië
Petrolio e sangue in Oriente. Prefazione di Werner Schendell. Traduzione dal Tedesco di Angelo Treces. Casa Edit. Sonzogno (A.Matarelli), Milano 1932

Stalin. Traduzione di Oreste Ferrari. Treves, Milano 1932. Herdruk in 1933

Dodici  misteri nel Caucaso: monti, tesori, popoli, chiesa. Guerra, briganti,  omicidio, vendetta, cavalieri, donne, leggende, amore. Traduzione dal Tedesco di Angelo Treves. Casa Edit. Sonzogno, Milano 1932

La congiura contro il mondo. G.P.U. Prima traduzione integrale dal Tedesco di O.Ferrari e G. Viberal. O. Marangoni, Milano 1932

L'Armata bianca. Traduzione integrale dal Tedesco di O.Ferrari e G.Viberal. O.Marangoni, Milano 1933

Maometto. Biografia. Traduzione Italiana (dal Tedesco) di Averardo de Negri. R.Bemporad e figlio, Firenze 1935

Idem. Casa Ed.Marzocco, Firenze 1939. Collezione storica

L'Epopea del petrolio. Beporad e figlio, Firenze 1937

L'Islam. Ieri, oggi, domani. Traduzione (dal Tedesco) di Mario Merlini. Treves,
Milano 1937

Nicola II. Splendore e decadenza dell'ultiomo zar. Traduzione (dal Tedesco) di Corrado Malavasi. Bemporad e figlio, Firenze 1937

Giustizia rossa. I processi politici nell'U.R.S.S. Traduzione dal Tedesco di Mario Bacchelli. G.C.Sansoni, Firenze 1938. Herdruk in hetzelfde jaar.


ONDER DE NAAM VAN ESSAD BEY

* Ali khàn, romanzo. A cura dell' Istituto orientale. Editoriale I.T.L.O., Roma 1944 Verschenen in de reeks Narratori orientali, geredigeerd door A(hmed) Giamil V(acca) M(azzara)

* Asiadeh.  (Sari sacli kiz) Unica versione Italiana autorizzata (dal Turco) di  (Mohammed) Essad Bey. Ediz. Publicazioni Italiane, Roma 1943 Verschenen  in de reeks Narratori orientali, geredigeerd door (Ahmed) Giamil V(acca)  M(azzara)

Nederland
Olie en bloed in het Oosten. Vertaling van A.M.Buis. Allert de Lange, Amsterdam 1932

Nicolaas II, de gevangene van het purper.  Een historische biografie van de laatsten Czaar van Rusland. (Uit het  Engels vertaald) De Spaarnestad, Haarlem 1937. Kennemerserie No.3

*  Bovengenoemde boeken werden in het Lectuur Repertorium (een uitgave van  het algemeen secretariaat voor katholieke boekerijen) in 1954  respectievelijk ondergebracht in de categorieën III en IV, hetgeen  betekende: (III) Voorbehouden lectuur (niet voor alle wel voor gevormde  volwassenen geschikt, wegens bepaalde passages of grondgedachten; (IV)  Voor volwassenen alleen.

Palestina
[Titel in Hebreeuwse schrifttekens] Vertaling van Zwölf Geheimnisse im Kaukasus.
Tel Aviv, 1932/1933

Spanje
Stalin. Traducción del alemán por E.M.Martinez Amador. Editorial España, Madrid 1932

La policia secreta de los Soviets; historia de la G.P.U. (1917-1933). Traducido de la edición francesa por Benjamín Jarnés. Espasa-Calpe, Madrid 1935

Mahoma, su vida, nacimiento del Islam. Traducción española de Eugenio Alcalá del Olmo. Editora nacional, Madrid 1942

Tsjechoslowakije
Mohamed. Zivot proroka. Nakladátelství Touzimsky a Moravec, Praha 1935

Allah je veliky. Upadek a novy vzrust islámskeho seveta of Abdula Hámida po Ibn Saúda. Z neminy prelozil prof. Josef Hruša Jos. R.Vilimek, Praha 1938

Verenigde Staten
Twelve secrets of the Caucasus. Translated from the German by G. Chycele Waterston. The Viking Press, New York 1931

Blood and oil in the Orient. Simon and Schuster, New York 1932 (Translated from the German by Elsa Talmey)

Stalin; the career of a fanatic. Translated from the German by Huntley Paterson.
The Viking Press, New York 1932

Ogpu; the plot against the world. Translated by Huntley Paterson. The Viking Press, New York 1932

Mohammed; a biography. Translated by Helmut L. Ripperger. Longmans & Co, New York/Toronto 1936

Nicolas II, prisoner of the purple. English version by Paul Maerker Branden and
Els Branden. Funk & Wagnalls, New York/London 1936. Herdruk in 1937


GEPUBLICEERD ONDER DE NAAM KURBAN SAID

Ali und Nino, Roman. E.P.Tal & Co, Wien/Leipzig 1937

Das Mädchen vom Goldenen Horn. Roman. Zinnen-Verlag, Wien/Leipzig 1938

Van deze twee boeken verschenen vóór de heruitgave in 1970 de volgende mij bekende vertalingen:

Italië
zie de met * gemerkte uitgaven onder Essad Bey/Italië.
N.B. Het is opmerkelijk dat in deze Italiaanse uitgaven de namen Essad Bey en Kurban Said aan elkaar gekoppeld zijn!

Nederland
Ali en Nino. Geautoris[eerde] vert. [uit het Duits] van W.A.Flick-Lugten.
Van  Holkema & Warendorf, Amsterdam 1938 In het eerder genoemd Lectuur  Repertorium gerangschikt onder categorie I: Verboden lectuur (een zwoel  verhaal; te ontraden)

Polen
Ali i Nino, powiesc. Biblioteka tygognika illustrowanego, Warszawa 1938

Tsjechoslowakije
Ali a Nina.  Prelozila Marie Jicinská. Nakladátelství Jos.R.Vilímek, Praha 1939.  Verschenen in de serie: Knihy kultivované zeny (de gecultiveerde vrouw!)  

Devce ze zlatého rohu. [Vert. Door] R.Schulzová (van Das Mädchen vom Goldenen Horn). Svetovy Literární Klub, Praha 1942

Na 1970 verscheen er een hele reeks vertalingen van Ali und Nino, waarvan de door Jenia Graman vertaalde Engelse editie de eerste was:

Ali & Nino. Translated by Jenia Graman. Hutchinson, London 1970
* Hiervan bestaat ook een pocketeditie van Arrow Books, 1971, voorzien van een voorwoord van John Wain.

Nederland
Ali & Nino. Vertaling [uit het Engels] van Else Hoog. De Harmonie, Amsterdam 1974. Met een voorw. Van Jenia Graman.
*  Wat de vertaling betreft vertelde Else Hoog me dat de door haar  gebruikte Engelse vertaling van Jenia Graman wel zeer bloemrijk was: ze  had erbij gefantaseerd. Toen de drukproeven klaar waren, dook het Duitse  origineel op, dat Else Hoog bij het corrigeren van de proeven nog wel  gebruikt heeft.

Duitsland
Ali und Nino. Ein Kaukasische Liebesgeschichte. Scherz Verlag, Bern/München 1989

Jenia  Graman schreef me dat er verder vertalingen verschenen in: Finland  (Cummenus 100 Vuotta), Frankrijk (R.Laffont), Japan (Misaka Shobo Ltd),  Noorwegen (Dreyers Förlag), Spanje (Plaza & Janes S.A.), Turkije  (Hürriet Yaginlari) en Zweden (Albert Bonniers Verlag)

Van Das Mädchen vom Goldenen Horn verscheen voor zover mij bekend slechts één heruitgave:

Das Mädchen vom Goldenen Horn. Roman. Kurt Desch Verlag, Basel 1973


NIET GEPUBLICEERD WERK

De  jeugdvriend van Essad Bey, dr Alexander Brailow te New York, had nog  enkele niet gepubliceerde verhalen en gedichten in zijn bezit, die door  hem en Jenia Graman vertaald werden:

Oriental Tales: How Saadi wrote the Rose Garden; Why did women start painting themselves; The tale of the Damascene dagger; The Truth (Samen 18 pp)

Poems/Gedichte  (uit het Russisch vertaald): Ich war es, der dich ohne Mitleid führte/I  was thy guide, who led thee without pity - Wer mein Gott ist, und wer  meine Gottin/Who my god is, and who is my goddess - Ich weiss den Tag,  ich weiss die Stunde/I know the day/I know the hour.

De  gedichten zouden geschreven zijn voor een zekere Jenia, de eerste  liefde van Essad Bey. Dr Brailow ontving ze van haar zuster, Judith  Spat, eveneens wonend te New York (Info: Jenia Graman)

De in het Turks geschreven gedichten, waar Schendell in Öl und Blut ook melding van maakt, heb ik (nog) niet kunnen vinden.


©  Georgica                                                                 E-mail: georgica@ziggo.nl                               
Terug naar de inhoud
App-pictogram
Georgica Installeer deze applicatie op uw startscherm voor een betere ervaring
Tik op Installatieknop op iOS en vervolgens "Toevoegen aan uw scherm"